Je wilt een PDF downloaden. Een recept bekijken. Een parkeerplaats betalen. Maar eerst: maak een account aan. Bevestig je e-mailadres. Stel een wachtwoord in met minimaal één hoofdletter, één cijfer, één speciaal teken, en het bloed van een eenhoorn.
Het begon onschuldig
Ergens rond 2005 leek het nog logisch. Je maakte een account aan bij Hotmail — want je wilde e-mailen. Daarna eentje bij Hyves — want je wilde poké's uitdelen. En toen nog eentje bij een webshop, want je wilde een telefoonhoesje kopen van €3,99.
Het was overzichtelijk. Je had drie accounts, twee wachtwoorden (want laten we eerlijk zijn: je gebruikte overal hetzelfde), en het leven was goed.
Maar toen werden bedrijven gierig. Niet gierig naar je geld — dat ook — maar gierig naar jou. Je naam. Je e-mailadres. Je geboortedatum. Je favoriete kleur. Je bloedgroep. Het merk van je eerste huisdier. Alles.
We hebben dit eerder meegemaakt
Weet je nog? Die periode — ergens tussen 2012 en 2018 — waarin alles een app moest zijn? Je huisarts had een app. Je slager had een app. De kinderopvang had een app. De gemeente had er drie. Je lokale ijssalon had een app waarmee je — ik verzin dit niet — je favoriete smaak kon opslaan.
Cookie dough. Opgeslagen. In de cloud.
Je telefoon stond vol. Vier schermen met apps die je één keer had geopend. Elk met een eigen notificatie-instelling, een eigen update-schema, en een eigen beoordeling die ze je om de drie dagen smeekten in te vullen. "Vind je ParkeerGemak leuk? Beoordeel ons in de App Store!" Nee. Ik vind parkeren leuk. Jullie app is een noodzakelijk kwaad.
En toen — langzaam, collectief, als een land dat wakker wordt na een slechte droom — hielden mensen op. Ze verwijderden de apps. Ze ontdekten dat je ook gewoon een website kon bezoeken. Of beter nog: dat je gewoon naar de winkel kon lopen en iets kon kopen. Met je mond. Tegen een mens.
De app-moeheid was de eerste golf. Mensen waren klaar met het installeren van digitale rommel voor elke denkbare interactie. De markt corrigeerde zichzelf. De ijssalon-app is dood. Vrede zij met haar.
Vrede zij met haar.
Maar de bedrijven die de app-droom overleefden, hadden een nieuw plan. Want als je geen app meer wilt installeren — prima. Dan moet je maar een account aanmaken. Op hun website. Met je e-mailadres. En je telefoonnummer. En je geboortedatum. Want stel je voor dat ze je geen verjaardagskorting van 3% kunnen sturen.
De app is dood. Lang leve het account.
Waarom moet ik een account aanmaken om een broodje te bestellen?
Dit is de vraag die niemand hardop stelt, maar iedereen denkt. Je staat bij de kassa van een lunchroom. Je wilt een broodje gezond. De medewerker wijst naar een QR-code. Je scant. Je komt op een website. De website vraagt om een account.
Een account. Voor een broodje.
Je moet je voornaam invullen. Je achternaam. Je e-mailadres. Je telefoonnummer. En dan moet je akkoord gaan met de privacyverklaring — een document van 43 pagina's, geschreven door een jurist die duidelijk per woord werd betaald.
Je klikt op "akkoord" — niet omdat je akkoord bent, maar omdat je honger hebt.
De vijf fases van accountmoeheid
En dan worden je gegevens gelekt
Je hebt je gegevens keurig ingevuld bij 847 bedrijven. En nu is het wachten. Niet op je bestelling — op de datalek-mail.
Die komt altijd op vrijdagmiddag. Altijd met de openingszin: "Wij nemen uw privacy zeer serieus." Gevolgd door: "Helaas moeten wij u informeren dat een ongeautoriseerde partij toegang heeft gekregen tot uw gegevens."
Vertaling: iemand heeft je naam, e-mailadres, wachtwoord en geboortedatum gedownload. En die persoon woont niet in Nederland. En die persoon neemt jouw privacy helemaal niet serieus.
ParkeerGemak: Persoonsgegevens "mogelijk ingezien door derden."
FitnessTrackr: Uw hartslag, gewicht en locatiedata zijn nu openbaar.
WifiGratis: Alle data. Gewoon alles. Sorry.
LoyaltyPoints+: Uw spaarpunten zijn veilig. Uw identiteit niet.
Het probleem is niet technisch. Het probleem is cultureel.
Ergens is er een product owner die in een sprintplanning heeft gezegd: "We moeten de gebruiker eerst laten registreren voordat ze de openingstijden kunnen zien." En niemand in die vergadering heeft gezegd: "Waarom?"
Omdat het antwoord altijd hetzelfde is: data. Niet omdat het product beter wordt van jouw account. Niet omdat jij er iets aan hebt. Maar omdat ergens in een spreadsheet een KPI staat die zegt: "aantal geregistreerde gebruikers."
En die KPI moet omhoog. Want de investeerder wil groei zien. En groei is niet "meer mensen die ons product fijn vinden." Groei is "meer e-mailadressen in de database."
Dat jij daar geen zin meer in hebt — dat staat niet in de spreadsheet.
Wat je kunt doen (maar waarschijnlijk niet gaat doen)
Je kunt een wachtwoordmanager gebruiken. Je kunt voor elke site een uniek wachtwoord instellen. Je kunt tweefactorauthenticatie activeren. Je kunt regelmatig controleren of je gegevens zijn gelekt.
Of — en dit is het alternatief waar niemand het over heeft — je kunt gewoon weigeren.
Wil die website een account voordat je een menukaart mag bekijken? Sluit de tab. Vraagt die app om je locatie, je contacten, en toegang tot je camera? Verwijder de app. Eist die webshop een account voor een eenmalige aankoop? Koop het ergens anders.
Het is niet ingewikkeld. Het voelt alleen zo, omdat we zijn geconditioneerd om overal braaf "akkoord" te klikken.
Een oproep
Beste bedrijven. Beste product owners. Beste UX-designers die "het aanmeldproces optimaliseren."
Niet alles hoeft een account. Niet elke interactie hoeft een registratie. Niet elke bezoeker hoeft een "gebruiker" te worden.
Soms wil iemand gewoon een broodje.
Laat ze gewoon een broodje bestellen.
Artificial Red · 2026
Dit artikel is geschreven zonder account, zonder login, en zonder akkoord te gaan met welke privacyverklaring dan ook.